De Roma en Sinti hebben een rijke geschiedenis. Ze zijn van oudsher nomadische groepen en hebben hun eigen taal en cultuur. Het waren vaak koperslagers, ketellappers (Kalderasch), messenslijpers en paardenhandelaren uit oostelijk Europa. Ze waren ook muzikaal. Scheveningen en Den Haag waren al voor de Eerste Wereldoorlog beroemd om hun Zigeunerorkesten, met bekende namen als Andrei Şerban en Lajos Veres. Zij overleefden de oorlog, vele muzikanten niet.

Al voor 1868 kwamen er Sinti naar Nederland. Ze hadden Belgische, Duitse of Franse paspoorten en trokken al langere tijd door West-Europa. De grootste groep, die afkomstig was uit Duitsland en Frankrijk vestigde zich tussen 1900 en 1920 in Nederland. Ze waren meestal niet gewenst.

In juli 1909 streek een groep in Den Haag neer. Ze huurden een terrein aan de Rijswijkseweg. Justitie dringt al snel bij de burgemeester aan om hun verblijf te beëindigen. De gemeente zag echter geen wettelijke mogelijkheden. Toch wist de Marechaussée hen in januari 1910 over de grens met België te zetten.

Een groep van de familie Petalo woonde in die tijd op een kampje in de Binckhorst. Omdat het kampje al maar groeide, werd het door de gemeente gesloten en moesten de bewoners verhuizen naar de Lozerlaan en naar hofjeswoningen achter de Veenkade.

Ook door de nazi’s werden de Roma en Sinti gezien als asociaal en crimineel, en als een inferieur ras, en om die reden vervolgd en als ongewenst beschouwd. Op 16 december 1942 bepaalde Himmler dan ook dat alle Roma en Sinti gedeporteerd moesten worden naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Op 15 november 1943 besloot Himmler tot daden over te gaan. Op 16 mei 1944 vond in opdracht van Berlijn in Nederland een landelijke razzia plaats. In Den Haag werden negentien gezinnen, in totaal 112 mensen opgepakt. Zij woonden bij de Hoefkade, Brouwersgracht en Veenkade. Drie dagen later, op 19 mei 1944, gingen allen op transport naar Westerbork.

Op 21 mei komen ze aan in het ‘Zigeunerlager’ van Auschwitz. Op hun arm wordt een nummer getatoeëerd, en een Z. Sommigen worden aan het werk gezet, anderen worden onmiddellijk na aankomst omgebracht in de gaskamers. De beruchte kamparts Josef Mengele voert in het ‘Zigeunerlager’ medische experimenten uit.

Slechts dertig van de Haagse Roma en Sinti overleefden het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en keerden terug.

Bijna 50 jaar later, op 4 mei 1990, werd in Den Haag het Sinti en Roma Monument onthuld. Het staat op het pleintje van de Vondelstraat tegenover de Bilderdijkstraat. Het monument is een kubus met een bronzen gedenkplaat.

Hierop staat:

BIJ HET ACHTERLIGGENDE HOFJE WOONDEN TIJDENS DE DUITSE BEZETTING IN DE TWEEDE WERELDOORLOG DE FAMILIE BERGER: VADER, MOEDER, 3 ZOONS, 4 DOCHTERS EN 1 KLEINKIND. HET GEZIN WERD IN DE VROEGE OCHTEND VAN 16 MEI 1944 SAMEN MET 18 ANDERE HAAGSE ZIGEUNERGEZINNEN DOOR NEDERLANDSE POLITIEMENSEN EN NSB-LANDWACHTEN UIT HUN HUIS GESLEEPT EN NAAR WESTERBORK OVERGEBRACHT. DAAR WERDEN OP 19 MEI IN HET TOTAAL 245 ROMA EN SINTI ZIGEUNERS NAAR DE DUITSE VERNIETIGINGSKAMPEN GEDEPORTEERD EN DAAR VERGAST OF TEWERKGESTELD. SLECHTS 30 MENSEN KEERDEN NA DE BEVRIJDING VAN HET NAZISME NAAR NEDERLAND TERUG, 16 VROUWEN EN 14 MANNEN.

Andere teksten op het monument zijn: WEILE MEER SINTI & ROMA HAM – vertaald: ‘Omdat wij Sinti en Roma zijn’ en OPDAT ZIJ NOOIT ZULLEN WORDEN VERGETEN